Door: Julian van Vliet Foto’s: Majo van Vliet

Out of the “Tourist(Bulee) Jungle” van Bali op een oldschool 1970′s vespa, into the wilderness of remote Lombok Timor. Geen zoet grondwater, geen aanvoerende waterleiding, geen stroom, geen warung’s(eet tentjes) en geen andere toeristen . Het enige westerse in die uithoek van de middle of nowhere was een peperduur hotel genaamd “Heaven on the Planet” waar ik mijn stage over “solar desalinisation” voor mijn studie Watermanagement zou gaan voltooien.

Het kleine dorpje Lendang Terak dat 60m hoog op een cliff gelegen is heeft alleen maar zout grondwater en is omringd door oceaan dankzij de ligging als schiereiland van Oost Lombok. De beste oplossing om voor drinkwater te zorgen in het gebied zou ontzouting van het zeewater zijn dmv evaporatie en condensatie…op zonne energie. De golven waren er geweldig en ik lag vaak als enige in het water. Een geweldige ervaring! Geregeld deed ik een 45 min hike door het platteland om een secret rechtse golf te surfen. Na de surf begon ik aan berekeningen en bouwde een testversie van de “Waterpyramide”

Het hotel had hoge prijzen voor het voedsel, dus verbleef ik met lokalen in het kleine dorp om daar te eten. Ik kocht mijn rijst en groente op de markt die 1 uur rijden was met mijn Vespa, vervolgens bereiden en aten de lokale bevolking en ik samen veel voor weinig. Door deze gang van zaken leerde ik Bahasa Indonesia voordat ik het wist. De Sasak’s, lokale inwoners van Lombok hebben het Islam geloof, totaal anders dan dat van de Hindoes in Bali. Toen ik met met mijn Vespa(“Green Trouble”) en een kapotte versnellingskabel door de straten van de hoofdstad Mataram slenterde op zoek naar een hotelletje, belande ik onverwachts bij de liefste Balineese familie op de wereld thuis. Met deze mensen heb ik voor nederlandse begrippen de vreemdste dingen gedaan zoals echt traditioneel eten, waaronder varkens hersens, vleermuizen, grote hagedissen, kippen klauwtjes en de specialiteit: varkensbloed gemengd met kruiden en groente Naar de mooiste ceremonie’s geweest, zelfs nog gebeden in de tempel gekleed in traditionele kledij op een speciale dag in het jaar “Hari Kuningan”. Ze hebben me met hun dagelijkse leven kennis laten maken en veel dronken avonden met de lokale palmwijn bezorgd. Helemaal top! Mijn Vespa heb ik vervolgens aan de familie geschonken als memorie, en zal ik misschien ooit wel weer oppikken als ik in het land ben. Mijn goede omgang met de lokale mensen viel helaas niet zo in de smaak bij de eigenaar van het hotel. Die zich als een soort koning gedroeg op dit stukje niemandsland. Zonder controle van de overheid speelde deze man “Kerry Black” hier de big boss uit Australie.

Ik had al moeite om het grote verschil tussen het hotel en het 50 m verderopgelegen arme dorp aan te zien, vervolgens verwachtte mr Black nog dat ik naast mijn onderzoek ook in het hotel ging werken. Dit kan niet met het visum wat ik had en ik verdomde het ook om ipv professioneel onderzoek te doen, voor hem als slaafje te spelen in het hotel. De interesse van de eigenaar over de stage was voornamelijk op een economisch vlak ipv een academisch vlak gericht. Voordat ik het wist was op een avond mijn hele kamer ontruimd en al mijn spullen in een opslag gegooid, waar ik zelf alles weer kon gaan uitzoeken. Op zo’n manier kon ik niet meer blijven op “Hell on the Planet” en heb de stage vaarwel gezegd. Tot op de dag van vandaag heb ik veel medelijden met de lokale bevolkng, Het hotel biedt het lokale dorp namelijk water aan tegen een vaste prijs. Ik hoop dat ze het hotel met een monopolie positie snel in de fik steken. Als ze dat durven tenminste, ze zijn namelijk zo onderdanig als het maar kan. De volgende dag vertrok ik samen met mijn moeder Majo en Classic Klaas naar Lakey Peak in Sumbawa om vervolgens elke dag sick te surfen.

Ondertussen probeerde ik een nieuwe stage te vinden in Indonesie voor de tijd die ik hier nog over had. Er deed zich een fantastische mogelijkheid voor om voor UNICEF Indonesie naar Papua en West Papua te gaan. Het zal een totaal nieuw avontuur betreffen, namelijk een veldonderzoek op het gebied van waterhuishouding. Naar wat ik er over heb gehoord zit ik waarschijnlijk tussen de stamhoofden en peniskokers. Lekker ONGETEMD en totaal wat anders dan wat ik tot nu toe heb meegemaakt. Papua is nog 1 van de laatste niet onwikkelde gebieden op aarde.

Op dit moment ben ik in de wereld stad Kuala Lumpur, waar ik een nieuw sociaal visum heb laten maken voor mijn tijd met UNICEF en een ware culture shock heb gekregen door het grote verschil van levenstandaard. Ik vlieg volgende week naar Jakarta voor een briefing op het Unicef-hoofdkwartier en vervolgens naar Papua om daar aan de slag te gaan! I’m exited en kan niet wachten op deze bijzondere ervaring! Als ik er levend uit terug ben gekomen zal ik een verhaaltje schrijven over mijn avonturen in dit primitieve land. Thnx voor reading!
