Foto’s Arthur Labooy

Foto’s: Ruben Snitslaar, www.klatser.com

De mussen vallen van het dak maar Bob van Unnik blijft lekker binnen spelen.

Foto’s: Ella Haaze

Roffest was een mooi feestje. Noisia en Foreign Beggars gingen los.

Foto’s: www.rotgans.com

Ik ben Michiel Rotgans, de helft van mijn geld verdien ik met First Tracks, een bedrijf dat ik samen met mijn broer run en de andere helft verdien ik met fotograferen. Voor mij is fotografie veel meer dan alleen het indrukken van een knopje. Fotografie is een mooi vakgebied, als fotograaf ben je producent, regisseur, cameraman, editor en colorist in één. Ik heb in Nieuw Zeeland fotografie gestudeerd waarbij ik vooral moest kijken naar wat er in het hoofd van de grootmeesters van vroeger omging. Ik leerde dat de belangrijkste lens je benen zijn want voor een originele foto zul je moeten lopen. Ik kwam erachter dat fotografie alles is behalve makkelijk, pas na je eerste 100.000 foto’s begin je te begrijpen hoe het werkt. Het technische gedeelte heb ik geleerd uit een stuk of acht boeken. Ik ben begonnen met digitaal, daarna een tijdje analoog en nu weer beide. Schematisch kan je fotografie weergeven in een schema met twee assen haaks op elkaar waarbij regisserend tegenover registrerend staat en natuurlijk licht tegenover kunstlicht. Ik probeer om niet in één van die vier hoeken te blijven hangen want dan ben ik bang dat mijn foto’s te eenzijdig worden. Rijk zal ik nooit worden, ik ben verslaafd aan het kopen van fotospullen en vraag me af of daar ooit een eind aan komt. Nieuwe spullen geven je nieuwe mogelijkheden en door nieuwe mogelijkheden maak je weer andere foto’s. Een goede fotograaf is zo creatief dat hij van niets iets kan maken zonder in standaard trucjes te vervallen en dat is mijn persoonlijke streven.

Tekst: Bram Esser | Foto: Ruben Snitslaar, www.klatser.com

Vorig jaar verbleef ik dertig dagen in de Haagse buitenwijk Ypenburg om te ervaren hoe mensen daar leven. Het Rode Kruis bood de cursus ‘vrienden maken kun je leren’ aan en ik besloot mij in te schrijven, misschien leerde ik daar nog nuttige tips. De tekenfilmheld Sponge Bob werd tijdens de cursus aangehaald als rolmodel: ‘Sponge Bob is een rasoptimist, als hij wordt geschopt zegt hij:’dank je wel, nu ben ik weer een stapje verder.’ Ook in Scheveningen heb ik dertig dagen doorgebracht en wel in een zeecontainer. Als Ypenburg de beschaving vertegenwoordigt, dan kan het geen kwaad zo nu en dan aan die beschaving te ontsnappen. Een zeecontainer aan zee is dan een stap in de goede richting. Zoals de snelweg een bepaald type mens aantrekt, zo trekt de zee ook bepaalde mensen aan. De snelwegmens is duidelijk op efficiency gericht, vanuit de buitenwijk kan hij gemakkelijk overal naartoe. Wie aan zee gaat wonen, ziet mogelijkheden om juist aan de wereld van efficiency, de wereld van media en communicatechnologie, te ontsnappen. Ook op dat gebied worden er cursussen aangeboden. Een van die ontsnappingscurssen komt in de vorm van een surfles. Op een goede dag meldde ik mij dan ook om half elf  ‘s ochtens bij surfschool Aloha van Maurice Kolijn om te leren surfen. Als rolmodel had ik Harry Houdini uitgekozen, misschien wel geen surfer, maar wel een ontsnappingskunstenaar. Ontsnappen is leuk en aardig, maar je moet het natuurlijk wel kunnen navertellen. Houdini deed niet anders, hij hechtte zeer aan de show. In tegenstelling tot wat sommigen wellicht denken, is surfen, net als veel andere dingen in het leven, zoals bijvoorbeeld boodschappen doen, ook altijd een performance. Het is van belang dat alledaagse dingen ook stijlvol gebeuren. Zodra je een slappe futloze houding aanneemt, wordt alles een sleur. Dat geldt voor surfen, maar zeker ook voor boodschappen doen. Hoe groot de druk ook moge zijn, het is van groot belang dat je performance cool en sierlijk is. Dat is wat surfen ons leert, maar het komt ook terug bij stierenvechten.  Het gaat om grace under pressure, vertrouwde een surfveteraan mij toe. Blijf cool terwijl je de dood in de ogen kijkt. Dat is misschien iets om te onthouden wanneer je weer eens bij de kassa van de supermarkt staat om af te rekenen. We zijn die ochtend met z’n vieren. Ik, een jongen genaamd Koen en een dik stelletje. Iedereen kan leren ontsnappen ook dikjes. De dikjes kwamen net terug uit Hawai waar ze zo onder de indruk waren geraakt van de gebruinde surfers en de golven dat ze dat ook wilden leren; die controle, die sierlijke bewegingen. Koen had zijn plank al een jaar geleden op marktplaats gekocht, maar het was er al die tijd niet van gekomen hem te gebruiken. ‘Misschien helpt een les.’

Jord, onze surfinstructeur, ziet er ook uit als een surfinstructeur. In de winter geeft hij snowboardles. Hij vraagt aan mij waarom ik wil leren surfen. Ik fluister dat ik ernaar verlang een echte man te worden. Ik kan me vergissen, maar ik meen een fonkeling te zien in zijn ogen. Jord herkende dit verlangen. Als laatste arriveert er een jongen genaamd Sander die voor niks naar de Hema was gereden om een zwembroek te kopen. De zwembroek die hij heeft aangeschaft is namelijk veel te groot en niet geschikt voor onder een surfpak.  Hij zou zijn boxershort moeten aanhouden. Dat heb ik ook maar gedaan. Het zijn ten slotte geleende wetsuits.  Als iedereen zich in z’n wetsuits heeft gewurmd, daar was voor sommigen echt doorzettingsvermogen voor nodig, gaan we in kleermakerszit rondom Jord in het zand zitten. We  krijgen veiligheidsinstructies en het is begonnen met regenen. Ik kijk naar de dikjes om te zien of er nog iets van hun gloedvolle Hawaiaanse droom over is, maar ik kan niets herkennen. Even later lopen we met zogenaamde softtops naar de kustlijn.‘Softtops zijn planken waar je jezelf en anderen geen pijn mee kan doen’, legt Jord uit. ‘Je hoeft bijna niets voor te doen, surfen op een softop gaat vanzelf.’ Jord laat nog even zien hoe we  met een holle rug omhoog moeten komen en hoe we moeten gaan staan, maar dan worden we het water ingestuurd. Voor surfen geldt net als bij vrienden maken; veel blijven oefenen en uren maken dan komt het vanzelf.

Arthur Lavooy sleepte met deze dikke Domburgs laagwater barrel de prijs binnen voor Walcheren. De prijsvraag was uitgschreven door het Nationaal Landschap Zuidwest-Nederland. Ze begrijpen daar tenminste van welk landschap wij houden.